ChristenUnie-SGP legt keuze voor Windpark Westfrisia uit

Windturbinemaandag 06 februari 2017 14:15

Haarlem – Op maandag 6 februari 2017 werd in Provinciale Staten een besluit genomen over realisatie van Windpark Westfrisia. Een jarenlang slepende kwestie, waarbij de gemoederen hoog zijn opgelopen. De ChristenUnie-SGP heeft na lang wikken en wegen ingestemd met het voorstel en wil graag via deze weg verantwoording afleggen.

Namens de ChristenUnie-SGP hield Michel Klein het volgende betoog:

“Meneer de voorzitter, collega's, mensen uit Zwaagdijk. Vandaag gaan we een besluit nemen over het inpassingsplan voor de windmolens langs de Westfrisiaweg. Een onderwerp wat veel mensen al heel lang bezig heeft gehouden en de afgelopen weken al helemaal. Vandaag komt hopelijk een voorlopig einde aan een traject van meer dan zes jaar onzekerheid en besluiteloosheid.

Mijn fractie wil dit onderwerp bespreken door drie verschillende kanten te belichten. Als eerste perspectief de kant van de ruimtelijke ordening, ten tweede de vraag of we in dit gebied windmolens zouden willen en tenslotte wil ik kijken naar het proces.

Ruimtelijke ordening.

Wat betreft het perspectief van ruimtelijke ordening moet Provinciale Staten vaststellen of er sprake is van goede ruimtelijke ordening. Het plan Windpark Westfrisia valt binnen een van de herstructureringsgebieden die zijn aangewezen voor windmolens en voldoet wat ons betreft dan ook aan alle relevante ruimtelijke eisen. In de beantwoording van de aanvullende vragen heeft het college van Gedeputeerde Staten nog helder toegelicht hoe de planologische bestemming "landelijke gebied" zoals benoemd in het Provinciaal Inpassings Plan (PIP) van de Westfrisiaweg samen kan gaan met de terminologie "verstedelijkende zone" in de beleidsregel voor de ruimtelijke inpassing. Wij zien dus geen redenen om te concluderen dat er niet sprake zou zijn van goede ruimtelijke ordening.

Wel of niet een geschikte locatie?

De energietransitie waar wij nu inzetten vraagt een grote inzet. We doen als Nederland nu ons best om 14% duurzame energie te realiseren in 2020, maar we zullen in de komende 25 jaar helemaal moeten overschakelen. Dat betekent dat we zullen moeten zoeken naar heel veel manieren om duurzame energie op te wekken, want met het huidige beleid, komen we niet verder dan de helft daarvan. We zullen nog veel meer windmolenparken op zee moeten aanleggen. We zullen zo veel mogelijk daken moeten gebruiken voor zonne-energie. We zullen innovatieve manieren moeten gebruiken om groenafval om te zetten in groen gas. Maar met dat alles zijn we er nog lang niet. Ook windmolens op land zijn nodig. Het Noordzeekanaalgebied biedt nog heel veel mogelijkheden voor windenergie, die we ook allemaal zullen moeten gebruiken. En wat ons betreft, dan ook deze plek. Langs een zeer drukke weg, op redelijke afstand van bebouwing, in een gebied waarin steeds meer verstedelijking optreedt en waar volop gebouwd wordt.

Proces

In ons ideaalbeeld zoeken betrokken burgers samen met inwoners en overheid naar de beste manieren om zo'n initiatief te realiseren. Een zonnepark of windmolen wordt dan gezien als "eigendom" van de omwonenden. Natuurlijk zal nooit iedereen tevreden zijn, maar over het algemeen bieden de voordelen een redelijk tegenwicht tegen de nadelen.

Afgezet tegen dat ideaalbeeld, is het in het geval van het windpark Westfrisia wel heel erg misgegaan. Doordat regels werden bijgesteld en plannen in de ijskast werden gezet praten we al meer dan 6 jaar over dit plan. En ondertussen is de sfeer verhard en staan mensen in een dorpsgemeenschap lijnrecht tegenover elkaar. De mails, brieven en verhalen die we in de afgelopen weken hebben gehoord spreken boekdelen. Mensen die slapeloze nachten hebben, mensen die zich bedreigd voelen, mensen die vinden dat ze als tweederangsburgers behandeld worden, mensen die corruptie vermoeden, en mensen die Zwaagdijk als afvoerputje van de provincie ervaren. Wat is dit verdrietig! Juist omdat we het zo belangrijk vinden dat een overheid rechtvaardig en transparant handelt. En als tragische dieptepunt kreeg de kerk ongewild een hoofdrol in dit drama. Meneer de voorzitter, het is nog altijd mijn hoop dat de kerk een middel kan zijn om verbinding te brengen, vrede de stichten, een bijdrage te leveren aan het ervaren van het goede leven. Maar onbedoeld kwam de kerk hier in de frontlinie van de strijd te staan. 

Het is ook goed om de hand als provincie in eigen boezem te steken. Hebben we niet onterechte verwachtingen gecreëerd door op 15 december 2014 een verordening vast te stellen waarin een afstand van 500 meter tot bebouwing wordt genoemd en die vervolgens op 2 maart 2015 op te rekken tot 600 meter? Hebben we ons niet te veel verschuild achter het juridische ruimtelijke kader, in plaats van meer aandacht te geven aan het proces, het draagvlak en de participatie? Is het voortdurend aanpassen en inperken van de regels niet een belangrijke oorzaak van de verharding van het debat?

Voorzitter

Het zijn overwegingen achteraf, gedane zaken nemen geen keer. Wij zullen voor dit inpassingsplan stemmen. Maar wij pleiten ook voor een bezinning op onze rol als provincie. Want dit zal niet de laatste keer zijn dat wij ruimte voor energieopwekking moeten afwegen tegen overlast voor inwoners. Hoe kunnen wij eraan bijdragen dat dit soort processen niet escaleren maar convergeren? Kunnen wij toch meer sturen op draagvlak en participatie? Kunnen wij ervoor zorgen dat opwekking van duurzame energie meer gedragen wordt door burgers?

Om iedereen volledig tevreden te krijgen, zal waarschijnlijk wel een droom blijven en in ieder geval kunnen we het niet alleen. Maar het kan wel veel beter dan het nu gegaan is, want zoals het nu gegaan is, zo moet het nooit meer."

« Terug