Natuur, Kustpact: alles moet wijken voor de Formule 1

Formule 1.jpgmaandag 09 maart 2020 14:08

We kunnen er niet meer omheen: de Formule 1 Dutch Grandprix in Zandvoort is aanstaande. En de bestuurders van de provincie springen spontaan in de houding als de organisatoren hun wensen neerleggen. Investeringen in Openbaar Vervoer kunnen plotseling in sneltreinvaart gedaan worden, afspraken rondom het Kustpact worden even geparkeerd, stiktofreductie hoeft alleen op papier en voor de soortenbescherming wordt ontheffing verleend.

De vraag is waarom Gedeputeerde Staten zoveel gelegenheidsargumenten verzinnen om het evenement vooral geen strobreed in de weg te leggen, terwijl we er niet omheen kunnen dat het duingebied gewoon niet geschikt is voor zo’n mega-evenement. Het Openbaar Vervoer is er niet op ingericht, het wegennet is niet toereikend en de ligging in Natura 2000 gebied maakt dat aanpassingen aan het circuit direct gevolgen hebben voor de omliggende natuur. En toch worden alle bezwaren van tafel geveegd; ook de bezwaren van de Hoor- en Adviescommissie (HAC). 

Over de ontheffing voor de soortenbescherming heeft de HAC geoordeeld dat dit niet terecht is. Het aanleggen van een tribune voor een sportevenement is geen "dwingende reden van groot openbaar belang". Dat blijkt uit jurisprudentie over de interpretatie van dit begrip in het kader van de wet Natuurbescherming. Het mag weliswaar gebruikt worden voor sociaal-economische redenen, maar daarvoor moet er een op de op de lange termijn blijvend belang zijn, een “op de lange termijn persistent openbaar belang”.

En wat je ook vindt van de Dutch GP, het is geen evenement dat aan dat criterium voldoet. Het college van Gedeputeerde Staten rekt het begrip "dwingende reden van groot openbaar belang" nogal op door de Dutch GP van dat etiket te voorzien. GS argumenteert dat "de organisatie van een groot internationaal sportevenement in het algemeen en de terugkeer van de Formule 1 in Zandvoort op meerdere overheidslagen van openbaar belang wordt geacht". Dat mag zo zijn; je mag iets heel graag willen, maar dat wil nog niet zeggen dat het daarmee ook een legitiem argument is. Ook stelt het college van Gedeputeerde Staten dat de economische effecten voor de regio het zwaarwegend maken. Maar, zoals de bezwarencommissie stelt: er zijn logischere en directere manieren om de economie te stimuleren. Daarvoor is de Dutch GP niet noodzakelijk en daarmee is ook dat argument niet valide. 

We zien dus vooral wensdenken en gelegenheidsargumenten en daarvoor stellen we de volgende vragen aan GS: 

  1. waarom hebt u voor een andere interpretatie van “dwingende reden van groot openbaar belang” gekozen dan gangbaar is in jurispudentie?
  2. heeft u hierover juridisch advies ingewonnen, en zo ja, hoe luidde dat advies?
  3. hoe heeft het college meegewogen wat het effect is op het beeld van de overheid dat GS in haar besluit afwijkt van de adviescommissie?

Ook hebben we nog vragen aan onze collega's in Provinciale Staten:

  1. wat vindt u wat het doet met het beeld van het openbaar bestuur dat een advies van de “hoor- en adviescommissie” terzijde wordt geschoven en een eigen interpretatie wordt gegeven aan het begrip “groot openbaar belang”?

Na enige discussie in de Statenvergadering kregen we eigenlijk geen antwoord van GS op onze vragen, alleen een toezegging dat we het nog eens gaan hebben over de definitie van "dwingende reden van openbaar belang". Wij vinden dat teleurstellend. Er is jurisprudentie over het begrip en er ligt een negatief advies van de Hoor- en Adviescommissie. Nu zal het aan de rechter voorgelegd worden en we wachten af wat het oordeel zal zijn. Wij zijn echter van mening dat je als Provinciale Staten ook zelf een standpunt mag hebben en in het kader van het algemeen belang het juiste te doen voor de provincie en haar inwoners. 

« Terug

Archief

« Vorige Volgende »

mei 2020

maart

februari

december 2019

november

september

juli

juni

mei

maart