Kaderbrief 2019

Michel Klein achter spreekgestoeltemaandag 09 juli 2018 13:36

Met de Kaderbrief worden de kaders vastgesteld waaraan de Begroting moet voldoen. Vervolgens wordt de Begroting opgesteld waarmee GS aan het werk mag en aan het einde van de rit krijgen we de Jaarrekening, waarin GS uitlegt wat er wel is gelukt en wat niet. De Kaderbrief is dus een belangrijk document en bepaalt in belangrijke mate de koers in het volgende jaar.

Namens de ChristenUnie-SGP hield fractievoorzitter Michel Klein het volgende betoog: 

Meneer de voorzitter,

Deze kaderbrief bevat een heel aantal ideetjes voor de begroting. Ideeetjes waar we ons voor een groot deel wel in kunnen vinden, zoals 60.000 euro voor de werkambassadeur, 10.000 euro voor het zonnefietspad, een ton voor het energieneutraal maken van de steunpunten, enkele tonnen voor de doorfietsroutes, en een voortzetting van subsidie voor toezicht op natuurterreinen. De grootste keuzes zitten in de reservering voor de uitvoering van het Interbestuurlijk Programma, de MIT innovatie-subsidie en het aanpassen van de Boerenverdrietsluis in Den Helder, en de reservering voor de energietransitie.

Meneer de vz, eigenlijk zou een kaderbrief kaders voor de begroting moeten bieden, deze brief doet dat naar mening van mijn fractie maar zeer ten dele. Het is een beetje heen-en-weer sjoelen van geld. Beetje hier, beetje daar. Wij vinden het een groot gemis dat niet gesproken wordt over wat we nu eigenlijk willen bereiken: wat zijn je beoogde maatschappelijke effecten?

De uitgangspunten die wel worden genoemd, zoals een robuust en rechtmatig beleid, zijn zaken waar we ons in kun vinden. Tegelijkertijd verbazen wij ons ieder jaar over het feit dat het fixeren van de belasting als uitgangspunt wordt benoemd. Uiteraard is het belangrijk om uiterst zorgvuldig om te gaan met het geld van belastingbetalers. Maar even zo goed hebben wij als overheid een opdracht om dingen te realiseren of bewaken die niet vanzelfsprekend ontstaan in de samenwerking tussen inwoners, bedrijven en organisaties. Denk aan goed openbaar vervoer, zorg voor de natuur en erfgoed, of publieke infrastructuur zoals bijvoorbeeld goede internetverbindingen, fietspaden, busbanen of wegen. En daar is geld voor nodig. De uitdaging van de overheid is om in een democratisch proces de publieke baten en publieke kosten tegen elkaar af te wegen. De hoogte van de belasting is daar een onderdeel van, maar zou geen uitgangspunt moeten zijn.

Even een klein zijpaadje ter vermaak: mijn fractie heeft nog even gedacht om een motie in te dienen om de opcenten afhankelijk te maken van de milieubelasting van auto’s, maar we hadden over het hoofd gezien dat elektrische auto’s al vrijgesteld zijn van MRB. Hier wreekte zich dat onze fractieleden of geen auto hebben, of rijden in oude benzineauto’s. ;-)

Dan naar de inhoud. Mijn fractie wil graag over twee punten iets opmerken. Ten eerste is dat het sponsorbeleid. Dan is het ten eerste goed om ons te realiseren wat sponsoring precies is. Anders dan subsidiëring, waarbij het gaat over het medefinancieren van doelen die de provincie wil bereiken, gaat het bij sponsoring alleen om de meerdere eer en glorie van de provincie. We geven geld omdat we willen dat de naam van de provincie genoemd wordt. Meneer de voorzitter, mijn fractie is niet bang dat Noord-Holland van de kaart verdwijnt - althans niet vanwege een gebrek aan naamsbekendheid, maar we weten natuurlijk niet wat de gevolgen van de zeespiegelstijging met NH zal doen.

In deze staten leeft bij meerdere partijen twijfel over het nut van sponsoring, vandaar dat wij willen voorstellen de sponsoring niet verder dan tot 2019 vast te leggen. De nieuwe staten kunnen dan in vrijheid beslissen of ze dit belangrijk genoeg vinden. Het argument dat evenementen niet meer kunnen voortbestaan zonder bijdrage van de provincie is een signaal dat sponsoring het verkeerde middel is.

En specifiek voor wat betreft Jumping Amsterdam hebben wij ook een oplossing: dankzij het meest-coöperatieve Statenlid mw. De Meij heb ik hier twee krantenartikelen waarin staat hoe andere provincies paardensport willen stimuleren ten behoeve diplomatieke doelen. Geen gevaar dus voor de wereldbekerwedstrijden.

Het tweede punt wat we aan de orde willen stellen is de landschappelijke inpassing van vaarwegen. Wij vinden dit een goed idee, maar zouden de ambitie graag wat hoger leggen. Daarom willen wij voorstellen om als onderdeel van dit beleid een een netwerk van insectvriendelijke gebieden te ontwikkelen door te zorgen voor overbruggingen met planten en bloemen die gunstig zijn voor insecten. Dat noemen wij een Insecten Hoofd Structuur en kan relatief eenvoudig ingevoegd worden in de jaarljkse prioritering van het onderhoud zonder hoge kosten, maar met veel effectiviteit voor de insectenpopulatie.

Michel Klein